woensdag 16 april 2014

Bewijs van Sihr in de Qoran en Soennah



Bewijs van Sihr in de Qoran en Soennah

 

Er zijn vele mensen die niet geloven dat Sihr bestaat en denken dat
tovenarij alleen in films voorkomt, enerzijds komt dit door onwetendheid
in het geloof en anderzijds door influisteringen van de Shaytaan die juist
wil dat mensen niet over zijn duistere praktijken te weten komen.
Er zijn zelfs mensen, vooral in Marokkaanse kringen die denken dat zolang
ze niet over Sihr en Shayateen praten dat er dan niks met hen gebeurt, wel
gaan een deel van deze mensen naar tovenaars toe, dus de logica hier is ver
te zoeken.
Natuurlijk moeten wij ons niet bezig houden met Sihr en Shayateen, maar
wij moeten ons bezighouden met wat het geloof ons over deze zaken
vertelt, hoe we ons tegen deze zaken kunnen beschermen en hoe we ons
kunnen genezen als we ermee getroffen zijn. Simpelweg denken dat als
men er niet aan denkt en over praat dat er dan niks gebeurt is helaas niet
genoeg.

Bewijzen uit de Qoran

 “En zij volgen dezelfde weg, die de duivels volgden tegen de regering van Salomo - en
Salomo was niet ongelovig, maar ongelovig waren de duivels en zij leerden de mensen
Sihr (tovenarij,bedrog,illusie). En (zij handelen naar) hetgeen aan de twee engelen, Haroet
en Maroet te Babylon was geopenbaard. Maar deze beiden leerden niemand, voordat zij
hadden gezegd: "Wij zijn slechts een beproeving; wees daarom niet ongelovig". Zo leren
zij (de mensen) van hen datgene waarmede zij een geschil maken tussen een man en zijn
vrouw, maar zij schaden er niemand mee, tenzij door Allah's toestemming; maar dezen
 leren wat hen schaadt en geen goed doet, hoewel zij weten, dat hij, die in deze zaken
 handelt, geen voordeel heeft in het goede van het Hiernamaals; slecht is hetgene waarvoor
zij hun ziel hebben verkocht;hadden zij het slechts ingezien!”(surah Al-Baqarah 102)

Mozes zeide: "Zegt gij dit van de waarheid nadat zij tot u is gekomen? Is dit tovenarij?
Maar tovenaars slagen nooit."
“En toen de tovenaars kwamen, zei Mozes tot hen: "Werpt hetgeen gij wilde werpen.
En toen zij wierpen zei Mozes: "Wat gij hebt gebracht is slechts bedrog. Voorzeker, Allah
zal het teniet doen. Voorwaar, Allah laat het werk der kwaadstichters niet gedijen."
En Allah bevestigt de waarheid door Zijn woorden, zelfs al zijn de schuldigen afkerig.
“(surah Yoenas vers 80-82)


Bewijzen uit de Soennah
 
‘Aisha (moge Allah weltevreden met  (jood) van de Bani Zurayq deed
Sihr bij de Boodschapper van Allah(vrede zij met hem), totdat Allah zijn
Boodschapper (vrede zij met hem) zich voorstelde iets gedaan te hebben
wat hij niet had gedaan (gemeenschap met zijn vrouwen).
Op een dag, terwijl hij met mij was, riep hij Allah aan, gedurende een
lange periode en zei hij toen, “O Aisha!
Wist je dat Allah mij geïnformeerd heeft over datgene wat ik aan Hem
vroeg?
Twee mannen (2 engelen) kwamen naar mij toe, eentje zat bij mijn hoofd
en de andere bij mijn voeten. 1 van hen zei tegen zijn metgezel, waaraan
lijdt deze man (de Profeet)? Hij is betoverd (Matbub of Mashur).
De eerste vroeg weer, wie deed het? De andere zei, Lubaid ibn Al-A’sam.
De eerste vroeg weer, wat heeft hij gebruikt(materiaal)? De andere zei, een
kam en het haar (van de baard) dat eraan vastzat en de wortels van een
mannelijke dadelboom.
De eerste vroeg weer, waar is het? De andere zei, in de put van Dharwaan!
Dus Allah zijn Boodschapper (vrede zij met hem), samen met een paar van
zijn metgezellen gingen daarnaartoe (de put) en kwamen terug zeggende, O
‘Aisha, het kleur van het water was net als dat van henna. En de wortels
van de dadelboom leken net op de hoofden van Shayateen.
Ik vroeg, O Boodschapper van Allah (vrede zij met hem), waarom laat u het
niet zien (aan de mensen)? Hij zei, omdat Allah mij reeds genezen heeft, en
ik zou het kwaad (fitnah) niet bij de mensen willen verspreiden. Toen gaf
hij het bevel om de put vol te storten met aarde.” (Bukhari en Muslim)

WAARSCHUWING!!!
Bovenstaande hadith is sahieh bevonden door de geleerden van
hadith, maar deze hadith doet niks aan de perfectie en feilloosheid van de
Boodschapper van Allah (vrede zij met hem), zoals door sommige
innoveerders en vijanden van de Islam wordt beweerd, de geleerden
van Ahlu Sunnah wa’l Djama’a zowel van vroeger als van nu, hebben
duidelijk en met bewijs bewezen dat de Sihr waaraan de Profeet (vrede
zij met hem) leed alleen effect had betreffende of hij wel of niet
gemeenschap had met zijn vrouwen.
Het deed niks af ten aanzien van andere zaken zoals Openbaringen van
Allah en dergelijke zoals ook bewezen is in de Seerah (Biografie) van
de Profeet (vrede zij met hem).
Abu Hureira (moge Allah tevreden met hem zijn) overleverde:
De Profeet (vrede zij met hem) zei:
“Vermijd de 7 vernietigende zondes (Al-Sab’at Al-Mawbiqaat), de mensen
vroegen, Wat zijn ze?
De Profeet (vrede zij met hem) zei:
Shirk (afgoderij), Sihr (tovenarij), het doden van een persoon zonder shar’i
reden, Ribaa (rente), het consumeren van het vermogen van wezen,
vluchten van het slagveld (tijdens Jihad), het beschuldigen van een
onschuldige kuise vrouw van Zinaa (overspel of ontucht).(Al-Bukhari en Muslim)
In bovenstaande hadith zien we dus duidelijk dat de Profeet (vrede zij met
hem) Sihr oftewel tovenarij als 1 van de grootste zondes aangeeft, het is
een vernietigende zonde, een zonde waarvoor men een plaats in de hel
krijgt.

Geen opmerkingen: